Ontsparen

12 februari 2012

Een paar jaar geleden hadden we het allemaal over onthaasten. Het woord van het jaar 2009 was ontvrienden. Het woord van dit jaar wordt misschien wel ontsparen: ‘Ongeveer een miljoen huishoudens ‘ontsparen’ op dit moment, wat betekent dat ze meer van hun rekening afhalen dan erop zetten.’ (de Volkskrant, 27 januari). Of misschien ontzooien, wat ik las in een bericht van een collega-vertaler op een vertalersforum: ‘Ik ben al een tijd bezig met ontzooien – spullen de deur uit doen die ik niet regelmatig gebruik.’

Verleidelijke woorden

18 december 2011

“Bent u ook toe aan een smaakbeleving? Dan nodigt Nespresso u graag uit om kennis te maken met haar nieuwste machine: de Lattissima+. Met één druk op de knop bereidt de Lattissima+ koffiespecialiteiten voor u. De combinatie van onze Espresso’s en het melkschuim geeft de aromaprofielen van onze Grands Crus een volledig nieuwe dimensie. Om de introductie van de Lattissima+ samen met u te vieren, heeft de Nespresso Club het genoegen u twee aanbiedingen voor te stellen, één voor u en één voor een familielid of vriend. Wij wensen u nog veel proefmomenten toe. ”

Ik drink graag Nespresso. Om de koffiecapsules te kunnen kopen, moet je lid zijn van de Nespresso Club. Klinkt mooi, maar in feite is het gewoon een vorm van klantenbinding die behalve dit soort post feitelijk niets oplevert. De tekst hierboven komt uit een brief van ‘Club Director’ Isabelle Simal van Nespresso. Wat vindt u ervan? “Een typische reclamebrief”, denkt u misschien? Inderdaad. Maar toch is dit pas de halve waarheid. Ik heb namelijk een aantal bijvoeglijke naamwoorden geschrapt. De originele tekst gaat als volgt:

“Bent u ook toe aan een culinaire smaakbeleving? Dan nodigt Nespresso u graag uit om kennis te maken met haar nieuwste machine: de Lattissima+. Met één druk op de knop bereidt de Lattissima+ de romigste en meest verfijnde koffiespecialiteiten voor u. De geraffineerde combinatie van onze bijzondere Espresso’s en het fluweelzachte melkschuim geeft de aromaprofielen van onze Grands Crus een volledig nieuwe dimensie. Om de introductie van de
Lattissima+ samen met u te vieren, heeft de Nespresso Club het genoegen u twee Exclusieve Aanbiedingen voor te stellen, één voor u en één voor een familielid of vriend. Wij wensen u nog veel heerlijke proefmomenten toe. ”

Zoals u ziet, is het allemaal nog veel sterker aangezet. Niet een ‘smaakbeleving’ maar een ‘culinaire smaakbeleving’. Niet gewoon ‘koffiespecialiteiten’, maar ‘de romigste en meest verfijnde koffiespecialiteiten’. En niet zo maar ‘melkschuim’, maar ‘fluweelzacht melkschuim’. Enzovoorts. Je begint ervan te watertanden. Dat is natuurlijk ook de bedoeling.

De meest kenmerkende combinatie van bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord in de brief is vetgedrukt (dus ook in de brief van Nespresso) en staat bovendien met twee hoofdletters geschreven: ‘Exclusieve Aanbiedingen’. Dit past helemaal in de uitstraling en marketing van Nespresso: aan de ene kant het gevoel van exclusiviteit en aan de andere kant de boodschap dat die exclusiviteit betaalbaar blijft dankzij ’aanbiedingen’. En het werkt: Nespresso is uitermate populair. Wereldwijd. Ik weet zeker dat er goed is nagedacht over elk woordje in de brief en over de taal in alle andere communicatievormen van het bedrijf. Ook over de toevoeging van verleidelijke bijvoeglijke naamwoorden. Kijk voor de lol ook maar eens op de website van Nespresso Club. De enige echte volzin op de thuispagina gaat als volgt: “Om op een unieke manier van bijzondere koffie te genieten, zijn niet alleen de beste Grands Crus nodig, maar ook een machine voor de extractie van alle aroma’s.”

Niet alleen Nespresso maakt gebruik van dit soort ronkende reclametaal. Je ziet en hoort het in alle vormen van reclame. Kijk maar eens naar de volgende omschrijving uit een mailing van AVT Benelux die ik begin december ontving:

“PDF Converter Professional 7 is de slimste PDF-oplossing voor zakelijke gebruikers. Dankzij de krachtige functionaliteit, geïntegreerde intelligentie, superieure Microsoft Office-ondersteuning en het intuïtieve gebruiksgemak, kunt u met dit programma PDF-documenten creëren, converteren, bewerken, samenstellen en veilig uitwisselen.”

En wat vindt u van ‘culinaire varkenshaasjes’? Ik hoorde het onlangs in een reclameboodschap van supermarktketen Plus op Radio 2. Hoezo ‘culinair’? Het zijn gewone varkenshaasjes en je zult er zelf iets bijzonders mee moeten doen om ze ‘culinair’ te kunnen noemen.

Waarom schrijf ik dit nou? Welnu, ik vind het belangrijk in mijn eigen vertaal- en schrijfwerk steeds rekening te houden met de kracht en macht van bijvoeglijke naamwoorden. Ze kunnen een boodschap versterken, maar bij overdadig gebruik kunnen ze een tekst ook snel te ‘commercieel’ maken. Het zijn tegelijkertijd aanlokkelijke en gevaarlijke woorden.

Tot slot nog een paar omschrijvingen die ik laatst aantrof op gebaksdozen in de koeling van Albert Heijn: prominent, in grote letters. Ook hier veel bijvoeglijke naamwoorden, maar dan op een bijna humoristische manier. Reclameteksten met een knipoog:

1 Chocoladebruine parels van glanzend satijn gevuld met donzige slagroom
2 Overdadige wellust van krokante crème onder een hagel van knapperig hazelnoot
3 Luchtig lieflijk bolletje verbergt het geheim van zomerse zoetheid en aardbeitjes
4 Glooiende alpen van room in een rijk en luchtig landschap
5 Truffels troef onder wolken van hemelse chocolade en room
6 Roze velours over krokant knisperende laagjes die kraken tot in het zachte hart
7 Uitdagende verleiding ondeugend fris als een citroen en zacht zoet als een appel

Prachtig. Mijn complimenten aan de tekstschrijvers. Voor alle duidelijkheid, het gaat om de volgende producten: 1 chocoladebollen, 2 hazelnootschuimtaart, 3 slagroomsoesjes met aardbei, 4 Zwitserse roomvlaai, 5 chocolade-truffelvlaai, 6 tompoucen en 7 appel-citroenvlaai. Verleidelijk, of niet?

Hoe kipt Nederland?

2 oktober 2011

‘Heel Nederland kipt, maar hoe kip jij?’ Deze zin staat op de website hoekiptnederland.nl en vormt onderdeel van een nieuwe campagne van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren om het meest veelzijdige stukje vlees aan de man – en natuurlijk ook aan de vrouw – te brengen. Sommigen zullen het werkwoordelijke gebruik van ‘kip’ misschien afkeuren; anderen zal het misschien verbazen. Ik vind het prachtig, creatief en eigenlijk ook heel natuurlijk.

De eerste woorden van kinderen zijn geen volzinnen. Ze zeggen niet: ‘Pap, ik heb zin in eten’ of ‘Mam, mag ik je iPhone lenen?’. Nee, hun eerste woorden zijn zelfstandige naamwoorden: ‘papa’, ‘mama’ en allerlei andere verwijzingen naar mensen, dieren en objecten in de directe omgeving.  We beginnen dus met naamwoorden. De werkwoorden komen pas later.

Het is dus misschien helemaal niet vreemd dat veel werkwoorden worden gemaakt op basis van zelfstandig naamwoorden. Het enige wat er vreemd aan is, is dat ze nieuw zijn. En dus onwennig. Maar wie vindt ‘googelen’, ‘facebooken’, ‘twitteren’, ‘internetten’  of ‘computeren’ nu nog vreemd? Door het frequente gebruik zijn deze werkwoorden – waarvan de eerste drie overigens zijn afgeleid van een eigennaam: wat een commercieel succes – helemaal ingeburgerd.
Wat vind je van de volgende voorbeelden die ik de afgelopen maanden heb opgetekend?

* Zijn hele leven is verliteratuurd. (Presentator Wim Brands van het tv-programma Boeken)
* … onze organisatie belangenbehartigt … (Iemand in het NOS Journaal van 6 februari)
* Traumaheli’s mogen toch nachtvliegen (Kop in de Volkskrant van 12 februari)
* Dan gaan we atletieken. (Presentator Henri Schut van Studio Sport op 4 september)
* Gratis proefstuderen. (In een tv-reclame van LOI op 12 september)
* Meester, wanneer gaan we weer basisbossen? (Een titel boven een artikel in Natuurbehoud, het tijdschrift van Natuurmonumenten; BasisBos is een lesmethode voor het basisonderwijs en buitenschoolse opvang)

Het is duidelijk welke zelfstandig naamwoorden ten grondslag liggen aan deze creatieve werkwoorden. De interessante vraag is: ‘Waarom worden ze gebruikt?’ Mijn stelling is dat dit gebeurt omwille van de efficiëntie. Een van de grote krachten op de ontwikkeling van taal is efficiëntie: we willen de dingen zo beknopt mogelijk zeggen. De tegengestelde kracht is overigens redundantie, maar daar ga ik het nu niet over hebben.

In plaats van ‘met BasisBos werken’ kun je ‘basisbossen’. In plaats van ‘een proefstudie doen’, kun je ‘proefstuderen’. In plaats van ‘naar atletiek kijken’ kun je ‘atletieken’. Op deze manier is vermoedelijk ook het ingeburgerde ‘gymmen’ ontstaan, in feite in een soort dubbele efficiëntieslag: van ‘gymnastiek doen’, via ‘gymnastieken’ naar het lekker korte ‘gymmen’. Het voorbeeld van ‘nachtvliegen’ is overduidelijk een vorm van efficiëntie: in krantenkoppen is immers altijd beperkt ruimte. De eerste zin bij het bijbehorende artikel laat zien dat de journalist hier heel bewust voor een beknopte vorm heeft gekozen: ‘Traumahelikopters van de academische ziekenhuizen in Groningen en Amsterdam mogen per direct weer dag en nacht vliegen.’ Het woord ‘nachtvliegen’ komt in het artikel verder ook niet meer terug.

Het eerste en het tweede voorbeeld zijn misschien nog het opvallendst. Waar bij ‘nachtvliegen’ een verband is met het gewone ‘vliegen’ en bij ‘proefstuderen’ met ‘studeren’ en waar we bij ‘atletieken’ een parallel zien met ‘gymmen’ of ‘gymnastieken’, is dat bij ‘verliteratuurd’ (kort voor zoiets als ‘doordrenkt van de literatuur’) en ‘belangenbehartigt’ (kort voor ‘doet de belangenbehartiging’) niet het geval. Die voorbeelden komen dan misschien ook het gekst over. Maar ook hier geldt: het is puur een vorm van onwennigheid. Als we deze vormen maar genoeg horen en gebruiken, dan is er na verloop van tijd niets vreemds aan.
Iets anders wat heel bijzonder is aan ‘belangbehartigt’, is dat er meteen een vervoegde vorm van is. Volgens mij krijg je bij de ontwikkeling van dit soort werkwoorden eerst het hele werkwoord en pas later wordt het hele arsenaal aan vervoegingsmogelijkheden opgetuigd. Dat heeft wellicht te maken met de acceptatie van het nieuwe werkwoord: hoe meer het wordt gezien als een gebruikelijk werkwoord, des te gemakkelijker wordt het om het te vervoegen. Zo was er volgens mij eerst ‘computeren’, zoals in ‘Ik ga computeren’, en pas later ‘Ik heb lekker gecomputerd’ en ‘Hoeveel uur per dag computer jij?’.

Wat we zien bij ‘belangenbehartigt’ komt in feite terug in de slogan ‘Heel Nederland kipt, maar hoe kip jij?’: voordat het hele werkwoord ‘kippen’ in zwang is geraakt – de kans daarop is overigens heel gering – wordt het al vervoegd. Een meesterlijke taaltruc van het reclamebureau achter de campagne. Kip, een heel veelzijdig stukje taal.

Enkelvoud of meervoud?

8 augustus 2011

Een paar weken geleden viel mijn oog bij het lezen van de Volkskrant op een advertentie voor een verzamelbox met 10 dvd’s. De prijs stond in een opvallende rode ‘sticker’ weergegeven: ‘10 DVD + boekwerkje € 59,95’. Ik vond het gek dat ‘DVD’ in het enkelvoud stond, maar vroeg me vooral af of er bij de 10 dvd’s nu één boekje zat of bij elke dvd een apart boekje.

Twee dagen later stond dezelfde advertentie in de krant. In de sticker stond de volgende tekst: ‘10 DVD’s + 10 boekjes € 59,95’. Buitengewoon interessant, omdat het meteen te maken heeft met een opvallend congruentieverschil tussen het Nederlands en bijvoorbeeld het Engels. In het Engels gebruik je meervoudige vormen voor meervoudige verwijzingen; in het Nederlands wordt dat veel meer aan het interpretatievermogen van de taalgebruiker overgelaten. In het Nederlands zeg je bijvoorbeeld ’tien jaar’ en ‘op bladzijde 12 en 13’, in het Engels ‘ten years’ en ‘on pages 12 and 13’. Normaal gesproken, levert het gebruik van enkelvoudige verwijzingen naar meervoudige begrippen geen probleem op: je kunt de ware betekenis dan toch wel uit de context halen. Dat was in de advertentie niet het geval, waardoor je een verkeerde conclusie kon trekken. Blijkbaar was ik niet de enige.

Typisch Nederland(s)

6 mei 2011

In de Volkskrant van 5 mei stond een artikel over de discussie rondom de bouw van (geplande) kolencentrales op de Maasvlakte: “De natuurvergunningen voor twee nieuwe kolencentrales van Eon en Electrabel op de Maasvlakte worden voorlopig ingetrokken. Volgens de Raad van State, de hoogste bestuursrechter van Nederland, is de natuur in de omgeving in het geding. De bouw mag echter wel doorgaan.” Gedogen dus. Typisch Nederlands.

Verderop in het artikel worden enkele voorbeelden genoemd van dieren en planten die de bouw van grote projecten hebben tegengehouden of kunnen tegenhouden. Een daarvan is de groenknolorchis. De kadertekst over deze “onopvallend groen tot groengeel bloeiende orchidee” bevat een verwijzing naar de Eemshaven en eindigt met de volgende zin: “Daar [in de Eemshaven dus] is door de kolencentralebouwers nu een natuurcompensatiestrook aangelegd voor de plant.” Natuurcompensatiestrook. Wat een schitterend woord. Veel Nederlandser kan het bijna niet. Ten eerste gaat het hier om ‘gemaakte’ natuur: de meeste ‘natuur’ in Nederland is ‘ontwikkeld’. Bovendien wordt elk stukje dat nog niet bebouwd is, tegenwoordig ‘natuur’ genoemd. Ten tweede wordt hier iets ‘gecompenseerd’. Niets of niemand in Nederland mag worden benadeeld, en als dat toch gebeurt, moeten er concessies worden gedaan en moet er compensatie worden gegeven. En tot slot hebben we het hier over een ‘strook’. Nederland is klein. Als we iets doen – of compenseren – dan moet het natuurlijk wel binnen de perken blijven.

Gedoogakkoord, poldermodel en natuurontwikkeling. Het Nederlands kent natuurlijk veel woorden die kenmerkend zijn voor Nederland en de Nederlanders. Woorden in een taal zeggen veel over de aard van het volk dat die taal spreekt. Dat geldt zeker ook voor natuurcompensatiestrook.

En?

19 december 2010

Kijk eens even met mij mee naar de volgende twee zinnen. Wat valt hierin op?

  • Nieuw-Zeeland bestaat uit twee grote eilanden en een aantal kleinere, vaak onbewoonde eilanden.
  • De bijna vijf meter lange Skoda Superb Combi komt er namelijk óók in zo’n groene en fiscaal bevoordeelde ’20 procent bijtelling’ uitvoering.

In de eerste zin is goed gebruikgemaakt van de komma tussen kleinere en vaak onbewoonde. We hebben hier te maken met ‘bijvoeglijke bepalingen die van plaats kunnen veranderen’ (Schrijfwijzer, blz. 353) en daarom schrijf je een komma tussen de twee bijvoeglijke naamwoorden. In de tweede zin, uit het tijdschrift De Zaak, heb je een soortgelijke situatie, maar daar gebruikt de schrijver en in plaats van de komma.

Ik zie dit soort nevenschikkingen met en waar een komma heel goed op zijn plaats zou zijn, steeds vaker. Het lijkt op het eerste gezicht ook niet veel uit te maken, maar toch leidt dit gebruik van en ook weleens tot mogelijk verwarrende situaties. Kijk maar eens naar de volgende kop in de Volkskrant van 4 november: ‘Kleine en zuinige auto’s in trek’. De eerste zinnen luiden: ‘Er worden meer nieuwe auto’s verkocht. Vooral de kleine en zuinige modellen, waarvoor geen aanschaf- en wegenbelasting hoeft te worden betaald.’ Waarom ‘kleine en zuinige auto’s’ en niet ‘kleine, zuinige auto’s'? In de constructie met en lijkt het namelijk om twee verschillende soorten auto’s te gaan: ‘kleine auto’s’ en ‘zuinige auto’s’. Maar dat is niet het geval. Het gaat om twee kenmerken van een bepaald soort auto. Anders zou ook bijvoorbeeld de Toyota Prius tot deze categorie gerekend kunnen worden. Die is weliswaar zuinig, maar niet klein.

Misschien vraag je je af: ‘Waar maak je je druk over, Marcel?’. Inderdaad. Misschien ligt het aan mij en is het gewoon een kwestie van smaak. Maar ja, als vertalers al geen kommaneukers mogen zijn…

Doei

26 september 2010

‘Goed zo. Doei.’ hoor ik iemand in de trein tussen ’s-Hertogenbosch en Utrecht zeggen. Ik dacht dat ‘doei’ zo langzamerhand van het afscheidspalet was verdwenen, maar dat lijkt een vergissing. Zelf gebruik ik ‘doei’ vooral bij wijze van grap. Maar ja, als het een inmiddels ingeburgerd begrip is, zal niemand mijn grap als grap opvatten.

Groeten. Vroeger (ja, ik begin oud te worden) zei je ‘Tot ziens’ of ‘Tot gauw’ en schreef je ‘Met vriendelijke groet’ of ‘Hoogachtend’, afhankelijk van wie je sprak of schreef. Maar met de informalisering en individualisering van de maatschappij is dat allemaal veranderd. Een ouderwetse groet is saai en je kunt je er onvoldoende mee onderscheiden. Origineel en opvallend zijn. Dat is het motto. En eerlijk gezegd doe ik er zelf ook (een beetje) aan mee. Ik schrijf ook bijna nooit meer ‘Met vriendelijke groet’ onder mijn mails. Dat klinkt afstandelijk zakelijk, ook tegen zakelijke klanten. Mijn standaard afsluiting is tegenwoordig dan ook ‘Hartelijke groeten’. Omdat dat niet echt heel erg origineel is, voeg ik er meestal een lokaal weerbericht aan toe, zoals ‘Hartelijke groeten uit een zonnig Bunde’. Dat is vriendelijk én informatief.

Hoe kom ik hier nou op? Nou, eigenlijk door een kenmerkende afsluiting van mails van een van de leden van een beroepsvereniging voor vertalers waar ik lid van ben. Zijn afsluiting is ‘Groetens’. Het feit dat de afsluiting mij opvalt, geeft meteen aan dat ze werkt: ik verbind ze immers direct met een specifiek persoon. Het is ook een afsluiting met een glimlach: de smiley is bij wijze van spreken in het woord ingebakken. Hetzelfde geldt voor ‘Grtz’, dat vaak wordt gebruikt door iemand met wie ik veel samenwerk. Het grappige is dat ik die groet heb overgenomen in mijn eigen mails aan haar. Maar dan ook alleen aan haar.

Andere opvallende afsluitingen die ik onlangs heb gelezen en gehoord, zijn ‘Hartelijks’ en ‘Tot sinas’. De laatste ving ik op 10 september op toen ik het centraal station van Utrecht uit liep. Ook hierom moest ik meteen glimlachen. De spreker gebruikt de uitdrukking misschien – voor zijn naasten – tot vervelens toe, maar bij mij werkte het.

Originele afsluitingen van mails of afscheidsteksten: hebt u misschien ook leuke of interessante varianten gehoord of gezien? Stuur ze me door. Ik verzamel ze. Met als dank een hartelijke groet uit het immer zonnige Bunde.

Bob is je oom

3 augustus 2010

‘Bob is je oom’ en ‘We spelen het wel bij oor’. Kent u die uitdrukkingen? Ik neem aan dat u ze niet als Nederlandse uitdrukkingen kent, maar wellicht ziet u dat ze rechtstreeks vertaald zijn uit het Engels: ‘Bob is your uncle’ (ongeveer ‘klaar is kees’) en ‘We’ll play it by ear’ (ongeveer ‘we zien wel wat er gebeurt’ of ‘we zien wel hoe we het aanpakken’). Ze zijn grappig bedoeld. Mijn Engelse compagnon Tony Parr en ik gebruiken ze weleens. Gewoon voor de lol. Maar wat grappig is voor de een, is heel gewoon taalgebruik voor de ander. Het is bekend dat het Nederlands inmiddels heel veel woorden telt die rechtstreeks afkomstig zijn van het Engels. Maar wat nog niet zo veel aandacht krijgt, is dat er ook steeds meer uitdrukkingen direct uit het Engels worden overgenomen.

Anglicismen als ‘Ik tel mijn zegeningen’, ‘Dat is de slagroom op de taart’, ‘Daar kom je mee weg’ en ‘Daar heb je een punt’ (of zoals mijn vrouw onlangs iemand hoorde zeggen: ‘daar heb je een puntje’) zijn inmiddels goed ingeburgerd. Ze zullen door veel mensen zelfs niet meer als Engelse leenvertalingen worden gezien. Maar het proces gaat eindeloos door. Zo hoorde ik Matthijs van Nieuwkerk vorig jaar oktober in De Wereld Draait Door zeggen: ‘Dit is niet mijn kopje thee’. Dat klinkt een beetje als ‘Bob is je oom’, maar Van Nieuwkerk bedoelde het volgens mij niet als grap. In de Volkskrant van 12 juni 2010 zag ik de volgende kop in de bijlage Economie: ‘Technologiebedrijven redden de dag’ (‘save the day’). En wat dacht je van de volgende zin van de website van Pauw & Witteman (8 oktober 2009): ‘Je hebt al zo vaak kritiek gehad, soms positief, soms negatief. Je wint wat en je verliest wat.’? Dat is ‘You win some, you lose some’, maar dan keurig vertaald.

Het allermooiste voorbeeld van een leenvertaling van een Engelse uitdrukking dat ik ooit gezien heb, stond 4 augustus 2009 op de voorpagina van de Volkskrant. De kop was: ‘Metrolijn pas af “als de varkens vliegen”‘, een letterlijke vertaling van ‘when pigs fly’ of ‘if pigs might fly’ (‘met sint-juttemis’). De kop verwijst naar het volgende stuk uit het artikel: ‘In een peiling op de website van de Daily News werd lezers gevraagd wanneer de tunnel [tussen 96th Street en 63rd Street] klaar zal zijn. 4 procent zei te geloven wat de gemeente zegt. ‘Ten minste vijf jaar langer dan ze inschatten’, meende 30 procent. Een meerderheid van 66 procent klikte op het antwoord: “Wanneer de varkens vliegen”.’ Je zou kunnen zeggen dat het hier gewoon om een slechte vertaling gaat. Toch blijft het bijzonder dat de redactie van de Volkskrant die heeft laten passeren. De gemiddelde Nederlander zal immers niet weten wat de precieze betekenis is, waardoor de schrijver van het stuk zijn of haar doel voorbij schiet. Of toch niet? Met die bijzondere uitdrukking trek je natuurlijk wel de aandacht.

 Het aardige van het voorbeeld uit de Volkskrant is dat lijkt te worden verondersteld dat de Nederlanders hun Engels wel kennen. ‘Onze lezers zullen dit wel begrijpen,’ zal de redactie misschien hebben gedacht. En misschien is dat ook de gedachte achter al die andere leenvertalingen van Engelse uitdrukkingen: Nederlanders durven ze te gebruiken in de veronderstelling dat de luisteraars of lezers het Engelse origineel wel kennen. En dus ook de betekenis. Of is het misschien dikdoenerij? Een kwestie van interessant doen met taal. Of is het luiheid: letterlijk vertalen is lekker gemakkelijk?

Kopvoddentaks

3 juni 2010

Vorig jaar september, tijdens de algemene beschouwingen, introduceerde Geert Wilders zijn zogeheten ‘kopvoddentaks’, oftewel  hoofddoekjesbelasting. Het voorstel sloeg in als een bom: dat was toch niet mogelijk in het tolerante Nederland. Alle media doken erop en kamerleden en burgers spraken er schande van. Zoiets mocht niet gebeuren. Is het dan niet vreemd dat het woord maar rond blijft zingen? Taalkundig gezien, is het volgens mij een briljante vondst: je verpakt een boodschap in een opvallend woord en iedereen gebruikt het. Het idee is natuurlijk: als het woord ingeburgerd raakt, komt er ook steeds meer ruimte voor het concept. En het werkt. Gisteravond hoorde ik Femke Halsema in een lang interview in Nova ‘kopvoddentaks’ in de mond nemen. Zonder blikken of blozen. En zonder ook maar enig signaal af te geven dat het idee achter het woord voor haar verwerpelijk is. Zelfs Wilders’ tegenstanders gebruiken Wilders-taal. Heeft hij hiermee niet op heel slinkse wijze zijn doel bereikt?

Nationale dagen

17 maart 2010

Vroeger had je nationale feestdagen en dagen van heiligen. De dagen van heiligen zijn in feite alleen nog bekend voor zover ze in (ouderwetse papieren) agenda’s staan. Maar ja, wie heeft er nog een papieren agenda? De nationale feestdagen hebben alleen maar betekenis omdat het vrije dagen zijn. Gelukkig zijn er nog genoeg andere dagen in het jaar om een feestje te vieren. Zo heb je de Dag van de Secretaresse, de Nationale Dag van de Cateringmedewerker, de Dag van de Aarde, de Dag van de Belegger en de Nationale Dag van de Vermisten. En dit is maar een kleine greep uit een lange reeks ’Nationale Dagen’.  Maar vandaag zag ik in een brochure van doe-het-zelfbedrijf Karwei een verwijzing naar een toch wel heel bijzondere dag: ‘Zaterdag 20 maart a.s. – Nationale Potgronddag’. Nee, dit is geen grap. De Nationale Potgronddag. Het wachten is op de Nationale Bloembakkendag.