Stel, het is vrijdagochtend 23 mei. Iemand vertelt je dat ze “volgende week maandag” een oogoperatie heeft. Welke maandag bedoelt ze dan: maandag 26 mei of maandag 2 juni? Wanneer is “volgende week maandag”?
Welke maandag?
Dat is dus precies wat ik vrijdagochtend iemand tijdens mijn fitnessuurtje hoorde zeggen. Ze moest naar het ziekenhuis voor een ingreep aan een van haar ogen en ik dacht dat ze maandag 26 mei bedoelde. Maar dat bleek niet te kloppen. Kort nadat ze “volgende week maandag” zei, lichtte ze toe dat het om maandag 3 juni ging. Ik was verbaasd.
Ik moet toegeven: ik ben geen ster in dagen en data. Ik moet altijd echt goed nadenken of in mijn agenda kijken om te zien wat voor dag of datum het is. Maar in dit geval leek het me duidelijk: het was vrijdag en drie dagen later moest mijn medesporter naar het ziekenhuis. Niet dus. De afspraak bij de oogarts is op maandag 3 juni (grapje: 2 juni). Een week later dan ik dacht.
Verwarring
Waar komt mijn verwarring vandaan? Zit het misschien in de woorden “volgende week”? Is er vanuit het perspectief van vrijdag 23 mei een onderscheid tussen “Ik moet maandag naar de oogarts” en “Ik moet volgende week maandag naar de oogarts”? Betekent de eerste uitspraak eenduidig ‘over drie dagen, op maandag 26 mei’ en de tweede ‘over tien dagen, op maandag 2 juni’?
Voor mij is maandag het begin van een nieuwe week. Als iemand op vrijdag zegt dat ze “volgende week maandag” naar het ziekenhuis moet, betekent dat in mijn ogen automatisch ‘de eerstvolgende maandag’, in dit geval maandag 26 mei. Maar blijkbaar denkt niet iedereen daar hetzelfde over en bestaat er in verwijzingen naar de nabije toekomst wellicht een verschil tussen “maandag” en “volgende week maandag”. Hoe zie jij dat?
En mijn advies, ook aan mezelf: geef bij verwijzingen naar de toekomst altijd de volledige datum. En controleer dan ook meteen of de datum klopt.

Marcel,
Mijn interpretatie zou hetzelfde zijn als de jouwe: ‘volgende week maandag’ is de maandag in de eerstvolgende week. Zelf zou ik dan wel eerder ‘komende maandag’ zeggen/schrijven.
Ton
Een herkenbare verwarring. Volgende week maandag zou voor mij ook altijd de eerstvolgende maandag zijn.
Hier noemen we die maandag ‘aanstaande maandag’. Dat lijkt mij ondubbelzinnig, maar misschien is dat niet voor iedereen zo.
De maandag van een week daarna: maandag over een week. Lijkt weer ondubbelzinnig, zal wel ook niet voor iedereen zo gelden.
Ook bij ons een steeds terugkerende bron van verwarring. Ik zou ook zeggen: ‘maandag over een week’. Maar dat hoor ik steeds minder. Zou het inmiddels in onbruik zijn geraakt? Ik hoor het graag van je volgende week maandag. -:)